BAGLAMA
"Baglama"
is het meest gebruikte snaarinstrument in de Turkse volksmuziek. Afhankelijk van
de grootte van het instrument en van de regio waarin de bağlama gebruikt wordt,
worden er verschillende benamingen aan gegeven, zoals bv. Bağlama, Divan Sazı,
Bozuk, Çöğür, Kopuz, Irızva, Cura, Tambura enz.

De Cura is de
kleinste in formaat met tevens het hoogste geluid. Iets groter dan de Cura is de
Tambura. Dit instrument geeft een geluid dat een octaaf lager is dan de Cura. De
Divan Saz heeft het diepste geluid, deze is een octaaf lager dan de Tambura.
.
De Bağlama bestaat uit drie belangrijke onderdelen; de Tekne, de Göğüs en de
Sap. Het gedeelte dat Tekne heet wordt meestal vervaardigd van het hout van de
moerbeiboom, maar ook het hout van de jeneverstruik, de beuk, de spar en de
walnoot worden vaak gebruikt. De Göğüs wordt gemaakt van sparrehout, de Sap van
het hout van de walnootboom of van de jeneverstruik.
Aan het
uiteinde van de Sap, wat "steel" betekent, zit het gedeelte waaraan de snaren
bevestigd worden, dit deel wordt "burgu" genoemd. De Bağlama wordt met de burgu
gestemd. De Bağlama wordt bespeeld met een Mızrap of Tezene (gemaakt van de
schors van de kerseboom, of van plastic), in sommige regio´s gebruikt men gewoon
de vingers. Deze techniek wordt "şelpe" genoemd.
Op de Bağlama
bevinden
zich drie groepen snaren, ieder met twee of drie snaren. Deze groepen kunnen op
verschillende manieren samengesteld worden, met elk een eigen naam. De manier
van stemmen waarbij de onderste groep snaren de la-toon geeft, wordt "Bağlama
düzeni" genoemd. De middelste groep snaren geven hierbij de re-toon en de
bovenste snaren de mi-toon. Behalve de "Bağlama düzeni" kunnen we ook de "Kara
düzen", de "Misket düzen", de "Müstezat düzen", de "Abdal düzen" en de "Rast
düzen" noemen.
KABAK KEMANE
De "Kabak
kemane" is een Turks volksinstrument. De vorm is verschillend, afhankelijk van
de regio waarin dit instrument gebruikt wordt. De Kabak, Kemane, Iklığ, Rabab,
de Hegit in de provincie Hatay, de Rubaba in het Zuid-oosten van Turkije, de
Kemancha in Azerbaidzjaan en de Gıcak of Gıccek bij de Turken uit Centraal-Azië;
al deze instrumenten zijn afgeleid van de Kabak Kemane.
De Kabak Kemane wordt meestal gemaakt van
kalebas, maar ook het hout van allerlei boomsoorten wordt gebruikt. De
"Sap", de steel, wordt vervaardigd van hard hout. Onder het gedeelte dat
de Tekne wordt genoemd, bevindt zich een spil die men op de knie plaatst,
op deze manier kan men het instrument tijdens het bespelen makkelijk heen en
weer bewegen. Voor de boog maakt men gebruik van het haar van een
paardenstaart, die men aan beide uiteinden bevestigd aan een klein stokje
KAVAL
D
e
Kaval is een Turks blaasinstrument. In de volksmond wordt het ook wel "het
instrument van herders" genoemd; de herder leidt zijn schapen met zijn
Kaval. In sommige gebieden heet de kaval ook wel Guval of Kuval.
Waarschijnlijk ontleent dit instrument zijn naam aan "kav", wat hol
betekent. Het bereik van het geluid is ongeveer 2,5 tot 3 octaaf.
In
volksmuziekkoren wordt de Kaval veelvuldig gebruikt, het karakteristieke
geluid gaat niet verloren, maar ook als solo-instrument is de Kaval goed
bruikbaar.
Een
precieze maat voor de Kaval is niet te geven, het instrument heeft geen
standaard. De lengte kan verschillen van 30 tot 80 centimeter, de diameter
is ongeveer 1,5 centimeter. Aan de bovenkant bevinden zich zeven
toonsleutels en aan de onderkant bevindt zich er één. Behalve deze
sleutels bevinden zich er nog vier aan de onderkant van de Kaval.
DAVUL

De
Davul is een Turks slaginstrument. Hoewel dit slaginstrument veel vergelijkingen
toont met de gewone drum, zijn er toch enkele belangrijke verschillen. De
muzikant plaatst de Davul namelijk onder de arm en drumt met zijn handen op het
toestel, ook de kleinere diameter is een opvallend verschil